Gezond verstand #6: De zin van het leven

Ik leerde Louis kennen op café in Knokke. Hij bruiste van levenslust. Iemand die, als je hem zou vragen wie hij wil zijn, anders dan hemzelf, 'niemand' zou antwoorden. Hart op de tong. Pratend met handen en voeten. De verpersoonlijking van flegmatiek, positief charisma. Maar er klonk ook weemoed in zijn humor door, diepgang in zijn schijnbare oppervlakkigheid en zorg in zijn bevlogenheid. We raakten aan de praat, werden vrienden binnen het uur en spraken af om samen te gaan vissen op zeetong. Hij had net een boot gekocht en wilde die voor het eerst te water laten. Kilo's tong zouden we vangen! Emmers vol! Containers vol!



Maar Louis was Hemingway niet. Verrast en verraden door de zacht klotsende golven van de Noordzee, hing hij al snel zeeziek over bakboord, zijn quasi onbestaande maaginhoud uitkotsend. 'Is oké', zei hij in het begin nog. 'Het gaat al beter. Blijf maar vissen, vintje. Ik ga even liggen.' Als kind was ik vaak genoeg mijn vaders vishulpje om te weten waarom zeeziekte 'zeeziekte' heet: op het water zie je af als een beest. Zodra je voet aan land zet, word je beter. Maar zelden eerder. En Louis zág af, horizontaal uitgeteld op een krap zitbankje, een hand op zijn buik, kreunend om de hulp van moeder Maria. Ik voer terug naar de haven. Emmers leeg.

Louis was dan misschien niet zeewaardig gebleken, golfen kon hij als de beste. Ik raakte ook gebeten door het spel, maar snapte de beweging, de zogenaamde swing, niet. Het kwam gewoon niet binnen. Wisselvalligheid troef, dus op de baan. Soms een goeie bal. Dan een afzwaaier. Dan weer goed. Beter ('Ik héb het!'), om vervolgens genadeloos door de ondergrens van het persoonlijk aanvaardbare te flikkeren. Niveau 0, frustratielevel 10. Steeds verzuchtend: 'Ik stop ermee, als het de volgende keer niet beter gaat.' Om net dezelfde woorden uit te spreken de volgende keer dat het niet beter ging. Golf is de sport van masochisten.



Golf is ook ieder voor zich. Je speelt tegen jezelf, wordt wel eens gezegd. De meeste spelers zijn dan ook vooral met zichzelf bezig. Tot ik op een dag met Louis ging spelen op de Royal Ostend in De Haan. Hij liet me een paar holes aan mijn lot over en zei toen: 'Je swing moet korter, de heup niet te ver, ...' Hij deed de beweging voor. 'Doe me na,' zei hij, 'doe me gewoon na, vintje.' Het was de allereerste keer dat ik les van iemand kreeg en onmiddellijk beter ging spelen. 

Na ons rondje stuurde hij me 's avonds een sms. 'Pietje, jij wordt nog beter dan ik.' 

'In geen duizend jaar, Louis.' 

'Tuurlijk wel!'

Ik schreef. 'Jij maakt iedereen beter.' 

Hij reageerde: 'Wat is anders de zin van het leven? We moeten elkaar beter maken.'

Ik glimlachte om zijn antwoord en dacht: 'Weet je wat? Ik doe hem gewoon na.'


Ik zoek de waarheid.

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x