Gezond verstand #1: Ride the donkey

In 2004 trok ik met mijn toenmalige vriendin naar Cuba en het werd een ‘bijzondere’ reis. Tegen het eind van de tiendaagse liepen we allebei een voedselvergiftiging op, drie dagen eerder waren al mijn belangrijke documenten (reispas, visa-kaart) door lifters gestolen uit de koffer van onze huurauto, terwijl helemaal aan het begin van onze trip, ik vruchteloos aan de bagageband van José Martí aeropuerto bleef wachten op mijn reistas. Eervolle vermeldingen die de reis nog meer ‘bijzonder’ maakten: het vijfsterrenhotel waar het krioelde van de kakkerlakken, schuilen voor de regen die met bakken uit de lucht viel (Hoera! Geboekt in het regenseizoen!) en de niet te stillen jeuk van de beet van strandvlooien (voet tijdens het slapen tot bloedens toe open gekrabd).

Maar terug naar het begin. Dag twee van de reis. We dronken een mojito op een dakterras met zicht over de stad en raakten aan de praat met de Amerikaanse amateurfotograaf, Carl Keitner, die verliefd was op Havana en Cuba in zijn geheel. Hij informeerde naar onze eerste impressies en ik liet mijn frustraties over mijn spoorloze reiskoffer al snel de vrije loop. Hij lachte om mijn gebrek aan jaren op de teller (waardoor ik moeilijk kon relativeren) en probeerde het voor me te verzachten. ‘Well,’ zei Carl met een aangevette Amerikaanse tongval, ‘sometimes, we have to ride the donkey.


Een lokale traditie wil dat er op een bepaald moment een ezel in de ring rondjes gaat lopen, waarbij alle mannen uit het publiek worden uitgedaagd om op het beest te springen en het te berijden. Ride the donkey, dus.



Ik pretendeerde niet dat ik wist wat hij bedoelde met ‘ride the donkey’ en vroeg om meer uitleg. Hij diepte een persoonlijke anekdote op, van toen hij met zijn  gezin naar het circus was geweest. Een lokale traditie wil dat er op een bepaald moment een ezel in de ring rondjes gaat lopen, waarbij alle mannen uit het publiek worden uitgedaagd om op het beest te springen en het te berijden. Ride the donkey, dus. Maar het dier is getraind om de moedige mannen met een  nekslag weer van zijn rug te wippen, waardoor echt ie-de-reen op de grond kwakt, tot hilariteit van het publiek.

Carl werd zelf ook uit het publiek gevist en kwam achteraan de lange rij te staan. Hij vertelde ons dat hij naar de mannen keek die aanliepen, sprongen en in het stof beten. 'Het bijzondere,’ zo vervolgde hij, ‘is dat je op dat moment lacht met de ander. Je gaat er niet van uit dat jij straks aan de beurt bent. Maar dan wordt de rij korter en korter en korter. Tot er plots niemand nog voor je staat en je beseft dat je er niet aan zult ontsnappen, dat je dat beest even gaat berijden om er dan vanaf te worden gewipt. Een vreemd, maar geruststellend gevoel dat jij niet anders bent dan de rest en dat je je maar beter kunt schikken in je lot. Dus, wat je spoorloze koffer betreft, buddy: het is nu zo. Aanvaard het. Neem er de minder leuke gevolgen gewoon bij. Ride the donkey.’

De raad van Carl heeft een blijvende indruk op me nagelaten en ik probeer er mezelf attent op te maken, elke keer dat ik me opwind over zaken die niet lopen zoals ik dat wil. Aanvaard het. Ride the donkey, Pietje. Loop aan, spring en val grandioos op uw bakkes.


Ik zoek de waarheid.

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x