De moord op Ingrid Caeckaert, deel 1: Passioneel drama. Of niet?

Dikke druppels bloed

Ik neem je even mee naar zaterdag 16 maart 1991. Ik ben dertien jaar oud. Mijn vader stapt ontsteld ons huis binnen en zegt me dat er een jonge vrouw zou zijn vermoord in Heist. Omdat we niet weten of dit gerucht klopt, trekken we met het hele gezin naar de plaats van de feiten: het Heldenplein. Al snel wordt duidelijk: dit is geen roddel, maar bittere ernst. Overal staan politiewagens en ambulances. De politie is volop bezig met het sporenonderzoek. Ik ben beland in het misdaad-cliché der misdaad-clichés: in het vissersdorpje waar zelden iets gebeurt, slaat plots een moordenaar toe. 

De spanning zindert door elke straat. Van geschokte buurtbewoners en werklui vang ik wat weetjes op. De vrouw zou rond het middaguur meer dan vijftig keer met een mes zijn gestoken, in de gang voor haar appartement. Niemand heeft iets gezien. Maar op straat loopt er een bloedspoor dat de dader - die zelf gewond was - heeft achtergelaten. Ik ga op zoek naar het spoor en vindt het vrijwel meteen. Dikke druppels bloed op het voetpad, telkens zo'n anderhalve meter van elkaar. Ik volg de druppels als kruimels op een pad, links de Duinenstraat in. Plots stopt het spoor. Daar is de dader vermoedelijk in een wagen gestapt.

Het slachtoffer

Ze heet Ingrid Caeckaert (26), zo blijkt later, dochter van een bakkerskoppel. Zelf runde Ingrid een immobiliënkantoor in de buurt van het Heldenplein. Ingrid incasseerde maar liefst 62 messteken en werd door haar buurvrouw gevonden op de trappen van verdieping zeven naar zes. Een bijzonder brutale en gewelddadige moord. De zaak is me altijd blijven achtervolgen. In zekere zin voel ik me verbonden met Ingrid, omdat haar moord plaatsvond op de plek waar ik ben opgegroeid. Waar ik voetbal speelde met mijn broer. Waar plezier plaatsmaakte voor rauwe misdaad. Plots, een haai in de baai.

Die haai heeft mijn fascinatie voor misdaad alleen maar gevoed. Het is een van de redenen waarom ik thrillers schrijf en mezelf nu onderleg in statement analyse, een techniek die door de FBI wordt toegepast. Maar het steekt: de haai zwemt nog altijd vrij rond en na bijna dertig jaar dreigt hij nooit meer gevangen te (mogen) worden. De moord op Ingrid verjaart op 16 maart 2021.

De eerste vermoedens van de speurders

Omdat de moord op Ingrid zo gewelddadig was, ging men in het begin al snel uit van een passioneel drama. Blinde hartstocht moest tot deze slachtpartij hebben geleid. Hypothese: een afgewezen minnaar wacht Ingrid op met een mes en neemt - met 62 slordige, amateuristische messteken - wraak op de vrouw die hij niet kan krijgen. 

Verschillende elementen uit het onderzoek onderschrijven deze stelling. Zo is DNA gevonden op de plaats délict dat van een man. Er wordt verwezen naar een (toen) dertigjarige apotheker uit het Antwerpse die haar vanuit tearoom Royal vaak begluurde. Wie stuurde Ingrid - kort voor haar dood - het valentijnskaartje dat ze boos verscheurde? En wie zond haar paarse anjers? Een bloem die Ingrid haatte, in de kleur van de dood. Een afgewezen minnaar, toch?  

Hoe aannemelijk het ook klinkt, tegelijk is deze piste - naar mijn gevoel - weinig waarschijnlijk. Ik zal aanvoeren waarom, in een poging alle bekende feiten zo objectief mogelijk te analyseren. Let wel: dit blijft een interpretatie. Mijn mening is niet per sé de waarheid. Maar in de loop van deze reeks hoop ik - aan de hand van uitsluiting: wat volgens mij niet kan of heel ongeloofwaardig is - een waardevol daderprofiel te schetsen. In deze fase van het onderzoek, zo kort voor de verjaring van de feiten, wat hebben we nog te verliezen?  

Waarom ik niet geloof in de piste van de afgewezen minnaar

1/ Ingrid zal ongetwijfeld minnaars of aanbidders hebben gehad. In het geval van een slachtmoord, zoals de moord op Ingrid was, zouden we echter te maken hebben met een gekrenkte narcist/sociopaat die een blinde obsessie voor Ingrid had ontwikkeld en zijn woede op haar heeft botgevierd. Hoewel dit zeker voorkomt, komen dergelijke mannen doorgaans snel in het vizier van de speurders. Hun obsessie is zo uitgesproken dat deze meestal niet onopgemerkt blijft. Niet door vrienden van de man in kwestie, niet door het slachtoffer zelf dat - gebruikelijk - klacht bij de politie neerlegt wegens stalking. 

Dat is niet gebeurd. Ook niet op 14 december 1989, toen Ingrid met een diepe steekwonde in de dij naar het ziekenhuis werd gebracht. Ze raakte gewond in haar auto op de parking van de Brugse hotelschool Spermalie, na een kookles. Haar uitleg luidde dat ze per ongeluk op één van haar messen was gaan zitten. Een uitleg die - in het geval van een obsessieve minnaar - weinig hout snijdt. Ingrid had geen enkele reden om hierover te liegen. 

2/ Passionele drama's zijn veelal impulsief. Standaard voorbeeld: tijdens een ruzie vallen er woorden, waarop er iets knapt in het hoofd van de dader. De case van Chris Watts is hier een mooie weergave van. Hij wou zijn zwangere vrouw verlaten voor een andere vrouw, waarop zijn echtgenote ermee dreigde dat hij zijn twee dochters nooit meer zou zien. Chris wurgde zijn echtgenote en doodde daarop zijn twee meisjes. Wurging is vaak voorkomend in deze gevallen. Het slachtoffer wordt letterlijk het zwijgen opgelegd. In het geval van Ingrid had de dader een mes bij zich. Dit wijst op voorbedachtheid. Wellicht heeft hij haar opgewacht en meteen toegeslagen zodra ze de lift uitstapte. De moord lijkt dan ook niet te zijn getriggerd door een felle ruzie, maar oogt eerder de vrucht van een weloverwogen plan, met als enige doel te doden. 


In een anonieme brief aan de politie beweerde iemand hij de moordenaar was: “Ik heb haar gedood uit liefde.” Het bracht allemaal niets op.


3/ Een derde reden waarom ik de piste van de afgewezen minnaar zou verlaten, is omdat de speurders dit tot op het bot hebben onderzocht. Een passioneel drama was hun allereerste uitgangspunt. Het is algemeen geweten dat kosten nog moeite werden gespaard in de zoektocht naar de dader. Elke steen werd omgedraaid, maar niemand werd gematcht aan het DNA dat de dader op de plaats délict had achtergelaten. Het lijkt me zinloos om op deze nagel te blijven kloppen. Op het lichaam van Ingrid vonden de speurders immers ook geen sporen van seksueel geweld. 

4/ De vierde reden is naar mijn gevoel de belangrijkste. Op de blog van de familie Caeckaert laten de ouders weten dat de politie sporen van bloed op de achtste verdieping heeft aangetroffen. Bloed afkomstig van de dader. Aangenomen wordt dat de dader met de trap naar boven is gelopen toen Ingrids buurvrouw (op het zevende) plots thuiskwam en Ingrids toegetakelde lichaam zag liggen. Dit verraadt zijn extreme helderheid en tegenwoordigheid van geest op het moment dat het voor hem dreigt mis te lopen. Hij slaagde er in het gebouw te verlaten, zonder opgemerkt te worden en liep ook niet in de kijker tijdens zijn 172 meter lange tocht naar de auto, terwijl het bloed van zijn vingers druppelde. 

Dit is niks minder dan een huzarenstukje dat ik niet wens toe te schrijven aan toeval of geluk. Het is zo opvallend dat het ons iets vertelt over de dader: hij bezweek niet onder extreme druk en spanning, integendeel. Dit verwacht je allerminst van een afgewezen minnaar die net een passionele moord heeft gepleegd. Vol van emotie is die simpelweg niet in staat om zo extreem helder te denken.  

Conclusie? 

Dit lijkt het werk van iemand die zich eerder al in dergelijke, spannende situaties bevond. Iemand die kalm blijft en zich verschuilt wanneer het dreigt fout te lopen, confrontaties liever ontwijkt en - gelet op de amateuristische uitvoering - niet gewoon is te doden. Bijvoorbeeld, een man die begin jaren '90 gekend stond voor inbraken en diefstallen, regio Oostkust. 

Wil dit zeggen dat Ingrid tijdens haar middagshift op een inbreker is gebotst, hem op heterdaad heeft betrapt, met de dood tot gevolg? 

Je leest mijn analyse morgen in 'De moord op Ingrid Caeckaert, deel 2: Inbreker? Of niet?'

Ik zoek de waarheid.

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x