Piet Van Haut en de link met Ingrid Caeckaert, deel 7: de ouders

Piet Van Haut en de link met Ingrid Caeckaert, deel 7: de ouders

Zwartgeld

Een paar dagen geleden ontving ik een mail van een man die schreef: "Rond 1987 rezen in Knokke de immoprojecten uit de grond. Blankenberge was volgebouwd en de bouwheren verlegden hun werkveld. Bovendien mocht er in Knokke een verdieping hoger gebouwd worden. Er werden tijdelijke verenigingen opgericht met als vennoten de zelfstandigen die goed geboerd hadden en bulkten van het zwartgeld."

"Zwartgeld". Het woord is al eerder gevallen in deze blog. En als je zwartgeld hoort, dan schiet er je één naam te binnen. Die van Piet Van Haut. 

De man vervolgt: "Laat het nu net in deze immowereld zijn dat Ingrid werkte en laat het nu net ook een doelgroep zijn waar het zo begeerde geld voor Van Haut aanwezig was. Geld met een vrijgeleide voor wie het deed verdwijnen: het werd al jaren buiten de ogen van de fiscus gehouden. Zorgde Ingrid voor de contacten? Werd ze onder druk gezet om het geld terug te bezorgen?"

Weten ze wie het is? 

De afgelopen dagen kreeg ik nog veel andere mails. De mensen beginnen te vermoeden dat de ouders van Ingrid Caeckaert weten wie de moord heeft gepleegd, maar het potje gedekt willen houden. De mogelijke reden voor deze cover-up? De schande voor de familie vermijden. Haar eer gaaf houden. Iets als: 'Wij doen zulke dingen niet. Wij hebben niks te maken met zwartgeld of met Piet Van Haut. Wij zijn deftige mensen.'

De vraag of Ingrids ouders weten wie de dader is, speelde al in mijn hoofd van zodra ik het interview in Dag Allemaal onder ogen kreeg. En de vraag bleef me bestoken toen ik de andere interviews las. In eentje uit 2002 merkte journalist Pol Van Mossevelde een kleine toevalligheid op. Hij zei: "Het bloedspoor dat werd gevonden, stopte bruusk in de Kardinaal Mercierstraat. Jullie hebben daar een parkeergarage."

Ingrids vader Georges diende hem van antwoord: 

‘Klopt. En dat is ook zo vreemd. (...) Dat is ook een van de redenen waarom we veronderstellen dat de dader ons heel goed kende.’

Dus: de Caeckaerts hadden een parkeergarage in de Kardinaal Mercierstraat en daar stopt het bloedspoor. Opmerkelijk. Georges geeft aan dat hij hierin een van de redenen ziet dat de dader hen heel goed kende. 

"Een van de redenen" --> hij heeft blijkbaar nog andere redenen om dit te veronderstellen. 

Niet "goed kende". Maar "heel goed kende". 

Met zijn woorden verbindt Georges zichzelf en zijn vrouw als het ware letterlijk aan de dader. Hij geeft ons bijna de pap in de mond dat het pakweg een vriend of een familielid was die dacht: ik moet hier in Heist zijn, ik heb een afspraak met Ingrid, ik weet dat haar ouders hier een garage hebben waar ik mij makkelijk kan parkeren, dus ik ga mijn auto daar zetten. 

Maar da's niet het enige. Er zijn nog feiten die zo opmerkelijk zijn dat ze doen vermoeden (ik zeg niet dat het zo is) dat Ingrids ouders mogelijk veel meer weten dan ze laten uitschijnen. 


Foto: Anne-Marie Maertens.

De feiten

Toen ik mijn eerste blogs over deze zaak begon te schrijven, had ik regelmatig contact met iemand van de familie. Deze persoon (ik hou het op "hij/zij") vertelde me dat hij/zij na de moord op Ingrid een heilige schrik had voor de dader. Hij/zij voelde zich onveilig in zijn/haar eigen huis, uit vrees dat de moordenaar opnieuw zou toeslaan. Het is een angst die ik perfect begrijp, maar die Ingrids ouders niet met deze persoon deelden. 

Na de gruwelmoord verbleven zij nog regelmatig in het appartement van Ingrid. Hierover verklaarde moeder Marie-Josephe in een interview: 

"We stappen dan op de zevende verdieping uit de lift en gaan recht naar de deur van het appartement."

Als je niet weet wat er met je dochter is gebeurd, dan heb je daar stalen zenuwen voor nodig. 

Mijn contact vertelde me ook dat Georges en Marie-Josephe na de moord nooit een advocaat onder de arm hadden genomen en dat hij/zij dit "vreemd" vond. Best merkwaardig, inderdaad, want deze zaak was meer dan een bagatelle die je in der minne kunt regelen, zonder tussenkomst van een advocaat. Dit was een moordzaak. Een onopgeloste, nog wel.  

Als burgerlijke partij, directe familie van het slachtoffer, ga je als het ware blindelings in zee met een goeie raadsman. Niet alleen krijg je zo het juridisch advies dat je nodig hebt, een degelijke advocaat zet ten gepaste tijde ook druk op de speurders, zeker als het onderzoek zijn twintigste maand ingaat en men nog altijd aan 't vissen is naar de identiteit van de dader. Maar nee. Geen advocaat. 

Bij afwezigheid van een advocaat zou je vermoeden dat de ouders dan zélf druk zetten op de politie. Dat ze hen de oren van hun kop gingen zeuren: "Hebt ge al iets of hoe zit het? Moet ik het zélf doen, misschiens?!" Da's de reactie die je van een wanhopige ouder verwacht. 

Maar ook dit ontbreekt. Het omgekeerde is zelfs waar. Ingrids ouders zwaaien in élk interview met lof naar de politie. De onderzoeksrechter wordt met naam vernoemd en krijgt een dikke "chapeau".


"Ik heb bewondering voor de federale politie. Men heeft hier zoveel energie in gestoken. Als ik vragen heb, bel ik en dan staan ze me altijd te woord." (Marie-Josephe in Dag Allemaal). 

'En waarvoor heeft Marie-Josephe dan precies bewondering?' vraag ik me dan af. Voor het niet-vinden van de moordenaar van haar dochter? Of voor het feit dat de politie energie heeft gestoken in de zoektocht? Of voor het feit dat ze haar te woord staan als ze wat vragen heeft? Het zou er nog aan mankeren.

Nu zou jij, als kritische lezer, het volgende kunnen tegenwerpen: "Ja, maar, die ouders van Ingrid, dat zijn misschien doodbrave mensen die niet wisten hoe ze zich juridisch moesten omringen, die in niks of niemand kwaad zien en blij waren dat de politie zijn werk deed." Awel, ik wil er in meegaan, omdat ik een correcte, genuanceerde analyse wil voeren en geen enkele tegenwerping uit de weg wil gaan. 

In het interview uit Humo lanceerde journalist Tom Pardoen in die context een interessante vraag: 

"Stel dat de dader alsnog gevonden wordt. Welke straf zouden jullie dan willen?"

Eventjes terzijde, hij zegt niet: "Zouden jullie een straf willen?". Hij vraagt: "Wélke straf zouden jullie willen?" Hij gaat er dus - vanzelfsprekend - van uit dat de ouders gerechtigheid willen voor het feit dat hun dochter op de trappen is afgeslacht. Hun antwoord: 

"Wij vragen niet dat hij gestraft wordt. Wij zijn niet wraakzuchtig."

De ouders van Ingrid vragen niet dat hij gestraft wordt. Ze geven ook de reden waarom dat zo is: ze zijn niet wraakzuchtig. Reden waarom + negaties. Het komt steeds terug. Het wijst meestal op misleiding. 

Maar goed, ik houd me even aan onze deal en ga ervan uit dat Marie-Josephe en Georges doodbrave mensen zijn die niet uit zijn op wraak tegenover de man die hun dochter met 62 messteken heeft gedood. Dergelijke reactie zie ik niet zo vaak bij ouders van vermoorde kinderen, maar het kan, het is mogelijk. 

Maar dan keer ik ook graag even terug naar de reactie van Marie-Josephe na een aantal van mijn blogs. 



Nog één verkeerd woord...

Laat me de context heel duidelijk schetsen. Ik schrijf een blog over de moord en suggereer een link tussen Ingrid en oplichter Piet Van Haut. Ik krijg een waarschuwing/bedreiging. 

Een of andere lafaard vermoordt Ingrid, maar de ouders willen niet dat hij gestraft wordt. 

Ik roep alle dichters ter wereld op om dat te rijmen. Want ik kan het niet. Ik snap er niks van. Als de ouders zo vergevingsgezind zijn tegenover de moordenaar van hun dochter, waarom zouden ze dan de persoon aanvallen die deze zaak probeert op te helderen? Er schuilt hoegenaamd geen Mahatma Gandhi of Buddha in hen. 

Wisten ze van meet af aan wat er op zaterdag 16 maart 1991 op de trappen voor Ingrids appartement was gebeurd? Waarom het was gebeurd? Wie het had gedaan? Besloten ze om de dader ongemoeid te laten, en liet de dader ook hén verder met rust? Verklaart dit waarom ze niet bang waren na de feiten, geen advocaat namen, geen straf wensten voor de moordenaar en met bloemetjes strooiden wanneer de speurders de zoveelste foute lade opentrokken? En waarom ik een veeg uit de pan kreeg wanneer ik opperde om eens onder de mat te kijken? 

Moeten we vader Georges niet stilletjes aan geloven wanneer hij zegt dat ze denken dat de moordenaar hen heel goed kende? In een ander interview krijgt hij de vraag: "Vermoedt u dat de dader een bekende was van Ingrid?" Zijn antwoord: 

"Inderdaad. En misschien kennen wij hem ook."

Wordt vervolgd.



Piet Van Haut en de link met Ingrid Caeckaert, deel 7: de ouders

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x