Piet Van Haut en de link met Ingrid Caeckaert, deel 3: genade

Piet Van Haut en de link met Ingrid Caeckaert, deel 3: genade

Kind aan huis?

Maarten en ik waren te weten gekomen dat Piet Van Haut naast het kantoor van Ingrid ijsjes schepte in tearoom Schildia. Hij was een jonge, charismatische mooiprater die al zijn charmes in de strijd wierp om mensen geld, véél geld, af te troggelen. Hij kende Ingrid. Hij kende ook haar ouders. Het bakkerskoppel had centen. Misschien zelfs wat zwart geld, wat zeker niet ongebruikelijk was in die tijd. Zo doemde het als een spookbeeld voor onze ogen op, dat Piet Van Haut ook hen zou hebben benaderd. Dat hij hen miljoenen had beloofd, mits natuurlijk een aanzienlijke voorafbetaling. 

Ik citeer uit het boek van Maarten, Het mirakel van België


‘Ken jij die ouders?’ vroeg ik aan Piet Van Haut.

‘Ik heb die daar vaak gezien.’

‘Dus je had veel contact met hen?’

‘Een goedendag en meer niet.’

‘Heb je die mensen ooit proberen oplichten?’

‘Nee,’ zei hij afwijzend. ‘Ik was daar kind aan huis. En wat ik u nu zeg kan de uitbater van Schildia bevestigen, ik heb ook nog zijn telefoonnummer.’

Maarten liet me al zijn opnames horen en vroeg me naar de verklaringsanalyse. Op basis daarvan kon ik afleiden welke informatie gevoelig voor Van Haut was en bestookten we hem met nieuwe, meer gerichte vragen, in de hoop hem iets te kunnen ontfutselen. Dat was schier onmogelijk, want hij was (is) nog gladder dan een paling in een emmer snot. Van Haut maakte zichzelf vooral ongrijpbaar door eerst A te beweren en diezelfde A vervolgens staalhard te ontkennen. 

Een treffend voorbeeld zie je ook in de bovenstaande quote. 

"Dus je had veel contact met hen?"  

"Een goedendag en meer niet."

Hij schetst het beeld van een afstandelijk contact. Van, "Ja, hallo, dag." En that's it

Maar dan komt dé vraag: "Heb jij die mensen ooit proberen oplichten?" Hier zou een simpele "nee" op volstaan, in de lijn van wat hij eerder verklaarde, dat hij hen maar oppervlakkig kende. Dat is wat ik verwacht, als er geen oplichting is gebeurd. Maar PVH verklaart iets anders. Hij zegt: "Ik was daar kind aan huis."

Hoezo "kind aan huis"? Eén zin geleden was het nog van "een goeiedag en meer niet". Het is het één of het ander. Je kunt niet ergens "oppervlakkig kind aan huis" zijn.

De vraag is nu: waarom zegt hij dat hij "kind aan huis" was bij de Caeckaerts? Wel, hij gebruikt het als de reden waarom hij hen niet heeft proberen op te lichten. Op andere momenten herhaalt hij dit riedeltje en verklaart hij: "Ingrid was altijd goed voor mij en mensen die goed voor mij zijn, daar ben ik zelf ook goed voor."

Geloven we dat?

Geloven we dat een meester-oplichter genade zou tonen met de mensen die vriendelijk voor hem zijn? Is het net geen deel van zijn tactiek om ergens "kind aan huis" te worden en te worden vertrouwd als de vriendelijke goeddoener die pakken geld tevoorschijn kan toveren? En heeft Van Haut ooit op andere momenten in zijn carrière als oplichter genade getoond met vriendelijke mensen die op het punt stonden in zijn val te tuinen? 

Maarten vertelde me dat hij ooit getuige was geweest van een voorval waarbij Van Haut naar een van zijn slachtoffers had gebeld, een dame die hem veel geld had gegeven en dat dus kwijt was. Hij kreeg haar aan de lijn en speelde met haar, als een kat met een halfdode muis: "Ja, ik heb uw geld bijna. Het komt allemaal goed. Ge moogt gerust zijn." De dame in kwestie kon niet anders dan vriendelijk zijn tegen Piet. Want als ze dat niet was, dan zou hij boos worden en kon ze zeker fluiten naar haar centen. 

Na het gesprek barstte Van Haut uit in een onbedaarlijk lachen. Hij vond het hilarisch dat hij zo met de mensen de zot kon houden. Vanuit een gevoel van vernedering vindt hij het heerlijk om anderen af te straffen op hun hebzucht. Hij toont geen greintje compassie. 

Werden we dan geacht te geloven dat hij voor Ingrid en haar ouders wél genade had getoond? 


Dat was, laat ons zeggen: ne moeilijke. Meer dan ooit zaten we met al ons gewicht te broeden op de hypothese dat Piet Van Haut, oplichter hors catégorie, Ingrid financieel had opgelicht en dat dit mogelijk tot haar dood had geleid, op welke manier dan ook. En intussen kregen we ook een antwoord van haar ouders, op de vraag: 

"Hebt u Piet Van Haut zelf ooit ontmoet? Mee gesproken? Of bij u thuis ontvangen in Maldegem? Hij stond bekend als iedereens vriend. Hij praatte zich overal binnen. Dus de kans is groot dat hij jullie ook heeft gesproken in de jaren voor Ingrids dood."

Het antwoord luidde: "Wij hebben altijd met hem gesproken, want was naast het agentschap te verkopen."

Een vergelijkbaar patroon. De ouders geven toe dat ze PVH kenden en leggen ook uit waarom ze hem kenden (wat wijst op gevoeligheid): "want was naast het agentschap te verkopen." 

Een onvolledige zin. Hier ontbreekt "hij" + "wat hij verkocht". De ouders zeggen niet: "Piet verkocht ijsjes naast het agentschap", maar "was naast het agentschap te verkopen". Mogelijk wijst dit op fabricatie en was er dus een andere reden waarom ze met Piet spraken. Hadden ze contact omdat ze wilden investeren? Willen ze hiervan de aandacht weghouden en lepelen ze ons daarom in dat ze hem kenden omdat hij naast Ingrids kantoor ijsjes verkocht? Waren ze als fiere middenstanders überhaupt geïnteresseerd in een ijsjesventer? 

"Maar wij waren goed op de hoogte dat hij niet normaal was. Hij ging Ingrid nooit kwaad doen. En is ook nooit bij Ingrid binnen geweest. Alles is goed onderzocht. Hij heeft er niets mee te maken."

Tel het aantal "niets" of "nooits". 

1/ niet normaal, 2/ nooit kwaad doen, 3/ nooit bij Ingrid binnen geweest en 4/ niets mee te maken. 

Wij noemen dit "negaties". Negaties wijzen op gevoeligheid. En er is meer. In deel vier ga ik er dieper op in. 

Maar eerst wil ik iets anders aanstippen. 

Onschuld

Ik weet dat mijn lezers op basis van deze blog zouden kunnen vermoeden dat Ingrid haar ouders iets met haar dood te maken hebben. Piet Van Haut verdenkt deze mensen en beweert terecht dat hun DNA nooit werd gecheckt bij de politie. Hun DNA werd nooit gecheckt. Dat verklaren de ouders trouwens zelf in een interview met HUMO. Uiteraard is het vreemd dat de politie dat nooit heeft gedaan. Ze hadden deze mensen van in het prille begin moeten uitsluiten. Maar blijkbaar werden ze nooit als verdachten gezien. 

Ook bij mij rezen er ontegensprekelijk twijfels over de betrokkenheid van de ouders. Dat kan ook moeilijk anders als je hun antwoorden leest. Een aantal zaken zijn op zijn zachtst 'opmerkelijk', maar vormen daarom nog geen bewijs van schuld. Soms houdt men simpelweg iets achter. Iets anders. En dat een statement analist dat merkt. Ja, daar kan je van op aan. 

Gelukkig kreeg ik de hulp van een bevriende speurder. Hij wilde voor me uitzoeken op basis waarvan de politie de ouders indertijd had uitgesloten als mogelijke verdachten. Drie weken later belde hij me terug en zei hij: "Ik kan niet in detail treden, maar ik kan u wel vertellen dat wat ik heb gezien mij als speurder voldoende overtuigt van hun onschuld."

Heb ik reden om het oordeel van deze man in twijfel te trekken? Geen idee. Of zoals Maarten schrijft in zijn boek: 

Het is perfect mogelijk dat ze (Ingrid) in zijn sprookjesverhaal is gestapt en zwart geld van haar ouders heeft geïnvesteerd, waarop die het verlies van de belegging op Ingrid afreageerden, een schermutseling in de trappenhal waarbij de stoppen waren doorgebrand. 

Laten we kijken naar de woorden. 

Piet Van Haut en de link met Ingrid Caeckaert, deel 3: genade

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x