De verdwijning van Elke Wevers, deel 2: Tom vertelt, ik analyseer

Je wéét dat je liegt

Veel mensen vragen me tegenwoordig wat dat nu eigenlijk is, die 'statement analyse'. Meestal antwoord ik: iemand die niks te verbergen heeft, praat en reageert totaal anders dan iemand die wél iets te verbergen heeft. Het simpelste voorbeeld: iemand die iets achterhoudt gaat stamelen, meer 'euhm' zeggen en zichzelf vaak onderbreken om er geen foute zaken uit te floepen. Een leugenaar ervaart voortdurend stress, omdat hij niet als leugenaar, dief of moordenaar ontmaskerd wil worden. En dat uit zich altijd. 

Denk terug aan die ene keer (natuurlijk is het bij één keer gebleven! ) dat je over iets hebt gelogen en je gesprekspartner jou recht in de ogen keek. De kans is groot dat je toen zenuwachtig bent geworden en dat je er heel veel woorden en gedachtenkronkels hebt bij gesleurd in de hoop geloofd te worden. Dat is ook logisch, want wat je beweert (een leugen) voelt niet sterk aan in jouw hoofd. Je wéét dat je liegt. En dus heb je extra woorden nodig om jezelf ervan te overtuigen dat de ander overtuigd raakt van jouw leugen.

Stel, ik vraag aan jou of je gisteren mijn fiets hebt gestolen. Wat antwoord je? 

Nee. 

Heb je aan één woord voldoende? 

Ja. 

Want het is zo. De waarheid voelt nu wél sterk aan in je hoofd. Je wéét dat je mijn fiets niet hebt gestolen. What the hell, zou je denken. Wat een idiote vraag. 

Het is een voorbeeld van hoe statement analyse werkt en hoe wij te werk gaan. Ja, wij gaan op zoek naar 'euhms' en afgebroken zinnen. Ja, wij tellen het aantal woorden na een ontkenning. Hoe meer het er zijn, hoe groter de kans op misleiding. 

Maar da's natuurlijk maar het topje van de ijsberg. Er zijn honderden elementen die opduiken in iemands taalgebruik waar wij op letten, de zogenaamde indicatoren van leugenachtig gedrag. Als je ze kent, leidt niemand je nog om de tuin. 


Geen goede leugenaars

Men denkt wel eens dat sommige mensen zo goed kunnen liegen dat ze niet ontmaskerd kunnen worden. Er lopen natuurlijk narcisten rond die geen enkele moeite hebben met leugens, die van kindsbeen af geleerd hebben hoe er hun voordeel uit te halen. Maar altijd zullen we sporen van misleiding aantreffen in hun taalgebruik. Tegen een goede statement analist maken zij geen schijn van een kans. 

Het grootste probleem - en tevens het grootste geluk van de manipulators - is dat de man in de straat geen idee heeft van waar hij op moet letten. Meestal gaat men uit van gut feeling. Om het cru te stellen: een leugenaar moet maar beginnen grienen, met een foto van zijn dode geliefde poseren, zweren op het hoofd van zijn familie dat hij onschuldig is, en de meerderheid is verkocht. Verknocht aan een leugen die hen is ingelepeld. 

Ik vind het een zowel heerlijk als eerlijk spel tussen manipulator en wij die hem trachten te ontmaskeren. Heerlijk, omdat ieder zich weert als een duivel. Niks belet de leugenaar om te liegen, te bedriegen en te manipuleren. Niks belet mij om zijn woorden te doorprikken en dat aan een breed publiek kenbaar te maken. Maar het is ook een eerlijk spel, omdat wij verdachte geen woorden in de mond leggen. Zij bepalen zelf wat ze zeggen en niet zeggen. Ze werden niet uitgehongerd in een politiecel, niet gechanteerd, niet bedreigd, niet afgemat of afgeklopt. 

In het geval van Tom Hompes kwam er een journalist bij hem langs die een paar vragen stelde, zoals: vertel eens wat jij je nog herinnert van de bewuste dag. 

Tom vertelt. Ik analyseer zijn woorden. 

Let wel: statement analyse is altijd indicatief en geldt - net als een test met de leugendetector - niet als rechtstreeks bewijs. Iedereen is onschuldig tot het tegendeel wordt bewezen. Je bepaalt voor jezelf wat je in mijn analyse waardevol of aannemelijk acht. 


Het interview, vervolg

De eerste twee zinnen van Tom Hompes analyseerden we al in deel één. Dit is het vervolg, zijn woorden. 

'Van hieruit is ze dan naar het kruispunt om de hoek gewandeld, waar een collega van het werk haar met zijn auto zou komen oppikken. Zo'n twintig minuten later, rond 7.40 uur, ben ik naar mijn werk vertrokken.'

Hompes verklaart wat Elke heeft gedaan nadat ze - volgens zijn verklaring - door de voordeur naar buiten is gestapt. Voor zover ik kan inschatten, heeft hij hier geen enkele zekerheid over, want hij was er niet bij. Toch poneert hij dit als een zekerheid. Is dit iets wat hij ons wil doen geloven? 

Opvallend is de herhaling 'van hieruit'. In deel één zei hij: 'Rond 7.20 uur is ze hier vertrokken.' Herhalingen wijzen op belang. Waarom vindt Hompes het nodig om dit extra duidelijk te maken? Het is een overbodige toevoeging: als Elke haar ochtendritueel in het appartement voltooide, dan is het niet meer dan logisch dat ze ook van het appartement (hier) is vertrokken. 

Als Hompes verantwoordelijk is voor Elkes dood, dan is het mogelijk dat de moord zich niet heeft afgespeeld in het appartement, maar ergens anders. Dat zou kunnen verklaren waarom hij herhaalt dat Elke van thuis is vertrokken, alsook zijn expliciete wijzen naar de deur, uit deel één. 

Wat volgt is een verwijzing naar 'een collega van het werk'. Omdat collega's altijd 'van het werk' zijn, is ook dit een overbodige toevoeging. We moeten ons de vraag stellen of de collega (een man) ook een collega 'van iets anders' kan zijn geweest. Een collega waar ze mogelijk een diepe vriendschap of zelfs een relatie mee had? Iets dat leidde tot jaloezie of wrevel. Het is maar een hypothese. 

'Zou komen oppikken' staat in de voorwaardelijke wijs. In de geest van Hompes is het oppikken helemaal niet zo zeker, anders zou hij hebben gezegd: 'waar een collega haar kwam oppikken.' Nogmaals voedt dit de hypothese dat Elke op dit moment in het relaas mogelijk al overleden was. 


Zo'n twintig minuten later, rond 7.40 uur, ben ik naar mijn werk vertrokken.


Vaagheid. 'Zo'n twintig minuten later' is niet hetzelfde als 'twintig minuten later'. 'Rond 07u40' is niet hetzelfde als 'Om 07u40'. Vaagheid dient de manipulator. Als speurder kun je hem niet vastzetten op een bepaald tijdstip. Stel dat een inspecteur hem confronteert met een vaststaand gegeven, bijvoorbeeld: je auto is gezien om 07u35 op de camera van een tankstation. Dan kan Hompes altijd verwijzen naar het eerder verklaarde: het was 'rond 07u40.' Geen exact tijdstip betekent dat er ruimte is voor een wijziging in de verklaring.  


'Ben ik naar mijn werk vertrokken'. Opnieuw duikt het werkwoord 'vertrekken' op. Ik verwijs naar deel één voor een uitleg hierbij. Voor wie dit (nu) niet wil lezen of al gelezen heeft: het wordt gemarkeerd als bijzonder gevoelig en wijst op ontbrekende informatie. Dat dit wellicht het geval is, stellen we ook vast in de sprong in de tijd: 'zo'n twintig minuten later'. Wat is er in die tussentijd gebeurd? Wat heeft Hompes in die twintig minuten gedaan? Hij laat het ons niet weten. 

Er is wel meer dat hij ons niet laat weten, zo lijkt het wel. 

Wat houdt hij achter? 


Woorden liegen nooit

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x