De parachutemoord, deel 4: 'Compassie met een killer'

Erg, toch

Toen ik mijn vorige bijdrage schreef, overviel me een gevoel dat ik het beste kan omschrijven als een milde vorm van medeleven met Els Clottemans (Babs). Ik kon me voorstellen hoe eenzaam en ontredderd ze zich moet hebben gevoeld in de maanden voor de moord. Eeuwig verankerd op plaats twee en zelfs dieper wegzakkend op de prioriteitenlijst van zowel Marcel als Els. Tot ze weinig meer was dat een lastpost die niet alleen in de weg liep, maar ook genegeerd en vernederd mocht worden. 

Maar langs de andere kant, had Babs dat ook wel een beetje aan zichzelf te danken. Zo had ze Els een anonieme dreigbrief gestuurd en haar belaagd met ellendige telefoons waarbij het stil bleef aan de andere kant van de lijn. In verklaringen achteraf liet Babs graag uitschijnen dat ze dat eigenlijk had gedaan om Els wakker te schudden. Da's wat hartsvriendinnen doen, nietwaar, zorgen voor elkaar? De realiteit is dat Babs enkel haar eigen doel diende: Marcels nummer één worden. 

Wie wind zaait... 

...oogst storm. Medelijden is dus niet op zijn plaats. Maar het feit alléén al dat ik even in de verleiding kwam om Babs ook als een slachtoffer te zien, toont aan hoe geslepen ze is. Een jaar na de moord zegt ze in een interview: 'Hij (Marcel) was wel altijd duidelijk: Els kwam voor hem op de eerste plaats, ik op de tweede. Ik had het daar best wel moeilijk mee. Ik was blijkbaar niet de moeite waard om de eerste te zijn, ik zou altijd iemands tweede zijn.' Woorden waar ze maar beter mee kon oppassen, wilde ze de speurders niet leiden naar een mogelijk motief. 

Drie jaar later, in 2010, spreekt Babs dan ook andere taal: 'Marcel was niet iemand om serieus mee te doen. Hij had me altijd duidelijk gemaakt dat ik bij hem op de tweede plaats kwam na Els Van Doren. Gezien mijn laag zelfbeeld vond ik dat ik niet beter verdiende. De gedachte om de nummer één te worden bij Marcel, is nooit bij me opgekomen. Ik wilde de relatie tussen Marcel en Els niet kapotmaken. Ik denk niet dat Els het wist dat Marcel ook met mij iets begonnen was. Een toekomst met Marcel zag ik niet zitten.'

Bochtje van 180°

Babs beweert eerst zwart en drie jaar later beweert ze wit. Ze draait met de wind. Let ook op het veelvuldig gebruik van het woordje 'niet' in haar verklaring uit 2010. Ze zegt ons wat Marcel niet was, wat ze niet verdiende, wat nooit in haar is opgekomen, wat ze niet wilde doen met de relatie van Els en Marcel, wat ze niet denkt en wat ze niet zag zitten. 

Voor statement analisten is het kermis als je zo'n verklaring leest. Ik zal je uitleggen waarom. 

Onze levens krijgen vorm door dingen die gebeuren. Ik zeg tegen een vriend: 'Vertel eens over die keer dat je bent gaan vissen!' Ik zeg niet tegen die vriend: 'Vertel eens over die keer dat je niet bent gaan vissen!' Hij zou me aankijken alsof ik gek ben geworden. 

Dit is exact wat Babs hier doet. Ze beschrijft al wat niet was. Ze doet dit om onze aandacht weg te houden van wat gevoelig voor haar ligt, door het meteen staalhard te ontkennen. Dat noopt ons om het tegendeel te besluiten: Babs zag in Marcel wél iemand om serieus mee te doen, Babs vond wél dat ze beter verdiende, de gedachte om Marcels nummer één te worden is wél in haar opgekomen, ze wilde de relatie tussen Marcel en Els wél kapotmaken, Els wist wél dat Marcel iets met Babs begonnen was en ja, ze zag een toekomst met Marcel wél zitten. Daar was het haar zelfs allemaal om te doen. 

Alleen wil ze dus niet dat wij dat weten. 

Eén zin

Luister nu eens naar de eerste zin uit onderstaande video. Gewoon haar eerste zin. 


'Ik kan niet zeggen wie dat het gedaan heeft.'

Ze zegt dus eigenlijk wat ze niet kan zeggen. En "wat ze niet kan zeggen" is eigenlijk eindeloos. Ze kan ook niet zeggen wie er gisteren allemaal op de top van de Mount Everest heeft gestaan. Of wie er gisteren overal ter wereld een hondje heeft gekocht. Of wie er spek met eieren als ontbijt heeft gegeten. Van de miljarden dingen die ze niet kan zeggen, kiest ze er één ding uit: "wie het gedaan heeft." Dat ligt dus gevoelig voor haar. 

Ze is er als de kippen bij om ons vanaf zin één te (proberen te) overtuigen dat zij de moordenaar niet kent. Dat zij niet weet wie het is. Waarom zegt ze dan niet meteen: 'Ik kan zeggen dat ik het niet ben.' Of: 'Ik ben het niet.' Of nog beter: 'Ik heb Els niet vermoord. Ik heb die touwen niet doorgeknipt.' 

Reactie bij onschuld

Beeld je in dat je de politie aan de deur krijgt. Ze nemen je mee naar een kantoor en daar word je ondervraagd. Een inspecteur zegt dat je wordt beschuldigd van moord op je buurman. Jij wéét dat je die man met geen vinger hebt aangeraakt. Dus wat doe je? 

A/ Je schreeuwt je onschuld uit en zegt dat je je buurman niet vermoord hebt.'

B/ Je zegt dat je niet kan zeggen wie dat het gedaan heeft, maar dat je wel kan zeggen dat jij het niet was. 

Ik trap nu een open deur in, maar antwoord A is dat van een onschuldige. Antwoord B, dat van iemand die iets achterhoudt. 

'Ik kan niet zeggen wie dat het gedaan heeft', kan trouwens nog anders worden geïnterpreteerd. Als in: 'Ik wil het niet zeggen.' 

Je mag één keer raden waarom.  

Woorden liegen nooit

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x