De marollenmoord, deel 5: vader vs. zoon

Het verhoor

Naarmate de speurders hem op meer en meer tegenstrijdigheden betrappen, vertelt Leopold Storme tijdens het gerechtelijk onderzoek vier fundamenteel verschillende versies van hetzelfde verhaal. Tijdens zijn assisenproces, wanneer hij wordt ondervraagd door de voorzitter, houdt hij zich grotendeels aan de laatste versie, de vierde. Die komt erop neer dat hij alles gezien en meegemaakt heeft, maar zelf op miraculeuze wijze aan de dood is ontsnapt. Hij voegt er wel details aan toe die hij eerder nooit vertelde.

‘Ik wou dat weekend absoluut naar zee om in Sluis drugs te kopen voor een fuif onder vrienden.’ 

Het begin van iemands verklaring is altijd van belang, omdat het ons iets vertelt over prioriteit. Wat primeert in de geest van de verdachte, komt eerst. Leopold wou absoluut naar zee om in Sluis drugs te kopen. Niet voor zichzelf, maar ‘voor een fuif onder vrienden’. Dat hij ons meteen uitlegt waarom hij naar zee wou en waarom hij de drugs wilde kopen, wijst op gevoelige informatie. Was er een andere reden waarom hij naar De Panne wou? Let op het woordje ‘absoluut’. Probeert Leopold ons hier al te overtuigen? Wilde hij eigenlijk niet echt naar zee, maar stak er een praktische reden achter?

Leopold vertelt ons meteen vrank en vrij dat hij drugs wilde kopen in Sluis. Opvallend genoeg voelt hij geen enkele gêne om te verklaren dat hij een dealer is. Maar dan wel eentje die klaarblijkelijk zonder drugs is gevallen, want hij moet naar Sluis om zijn voorraad aan te vullen. Kon dat niet bij iemand in Brussel? Leopold had nog examens af te leggen. Vanwaar dan de plotse haast? En waarom kon hij niet gewoon heen-en-terug van Brussel naar Sluis? Google maps leert mij dat de afstand tussen Brussel en Sluis in een rechte lijn 83,93 km bedraagt. De afstand tussen Sluis en De Panne is 60,42 km. Een verschil van zo'n 24 kilometer dat niet rechtvaardigt waarom een bezoek aan Sluis per sé moest worden gekoppeld aan een verblijf in De Panne.



Wat is hier – in de eerste zinnen van zijn verklaring nota bene – aan de hand? Wilde Leopold absoluut naar zee, niet om drugs te kopen voor een fuif, maar om een alibi voor zichzelf te creëren? Onvermijdelijk denk ik nu terug aan zijn woorden in het bericht dat hij de avond na de moorden achterliet op de voicemail van zijn vader: ‘Ik ben naar Westende gegaan en daarna ben ik teruggekomen.’ Leopold ging er toen nog van uit dat de politie hem niet op de plaats van de misdaad zou kunnen situeren, net omdat hij zich kon verschuilen achter zijn trip naar de zee. Als hij het hele weekend in De Panne was, kon hij immers nooit de moorden hebben gepleegd.

‘Maar op donderdag kwam ik te laat thuis om papa nog in de winkel te kunnen helpen met het verplaatsen van tapijten en rollen stof. Hij eiste dat ik dat dan maar zaterdag moest doen.

‘Maar’ is de figuurlijke muur waar Leopold tegen botst. Hij wil iets, maar... Twee zaken worden in een ‘maar-constructie’ met elkaar vergeleken en het tweede deel is altijd groter, sterker, belangrijker. In dit geval: de wil van papa. Dit wijst er op dat vader de spelletjes van Leopold zat is en zijn zoon probeert te beteugelen. ‘Hij eiste’ is veel harder en dominanter dan ‘hij vroeg’ of ‘hij zei’. Dit vertelt ons iets over de relatie tussen Leopold en zijn vader op dit moment in de tijd. Papa is baas, toont zich sterk en ‘eist’ van zijn zoon dat die luistert naar wat hem wordt opgedragen: thuisblijven.  

Leopolds plannetje om naar de zee af te reizen, komt dus in het gedrang. En ook nu haalt Leopold de reden hiervoor aan: ‘Hij kwam te laat thuis om papa nog te kunnen helpen met het verplaatsen van tapijten en rollen stof.’ Haalt Leopold hier de ware reden aan? Ging het louter om te laat thuis komen? Of was er iets anders aan de hand? Had Leopold drugs gebruikt en was hij daarom te laat thuis? Leidde dit tot een verhitte discussie over Leopolds druggebruik? 

Ik kon hem overtuigen dat het allemaal niet zo dringend was. Ik begreep niet waarom hij bleef aandringen.'

Volgens Leopold geeft vader dus toch toe. Maar moeten we hem geloven? Dit beantwoordt immers niet aan ons verwachtingspatroon. Hoe heeft hij zijn papa dan kunnen overtuigen? Met het argument ‘dat het allemaal niet zo dringend was’? Kleine kans. Dit gaat voor vader niet over de urgentie van het verplaatsen van een tapijt, maar over het principe, over de drugs die Leopold gebruikt en verhandelt, over de sancties en gevolgen die daar tegenover staan.  

‘Dat het allemaal niet zo dringend was’ voelt aan als een drogreden. Let op het gebruik van de negatie. Leopold verklaart wat het niet was: dringend. En wat is ‘het allemaal’? Het verplaatsen van wat rollen en stof? Wellicht was het veel meer dan dit alleen. Het onbegrip bij Leopold is tastbaar: ‘Ik begreep niet waarom hij bleef aandringen.’ Ook in dit geval wijst de negatie op gevoeligheid.

Weet François-Xavier op dit moment al waar Leopold mee bezig is? Heeft iemand het hem verteld? Is dit de eerste keer dat papa zijn zoon zo hard aanpakt? Leopold is dit niet gewoon. Voor hem is het een evidentie om zijn zin te doen. Zijn woorden geven het zelf aan: hij begrijpt dit niet. De confrontatie met pa komt hard bij hem binnen. Dit is een face-à-face tussen Leopold en de pater familias die hem op zijn plichten wijst. Van moeder Caroline en zus Carlouchka in deze getuigenis geen spoor.

Opmerkelijk is het gebruik van ‘papa’. Dit wijst nog altijd op een goeie band tussen Leopold en zijn vader. Zoniet zou Leopold woorden hebben gebruikt die wijzen op meer afstand, zoals ‘vader’ of ‘pa’. ‘Papa’ is zowel respectvol als liefdevol.

Dit is een schoolvoorbeeld van hoe een verdachte dicht bij de waarheid blijft. Leopold beschrijft een discussie tussen hem en zijn vader, maar laat cruciale info achterwege. Hij vermijdt staalharde leugens, om er in een latere fase niet op betrapt te kunnen worden.    



‘Ik besefte niet meteen hoe bezorgd hij was toen hij me ‘s avonds vroeg te beloven dat ik voor mijn moeder en zus zou zorgen, mocht hem iets overkomen.’

De toon wordt anders. Vader is plots niet meer de dominante brulbeer die dingen ‘eist’. Nu ‘vraagt’ papa om iets te beloven, een serieuze ommezwaai die vragen oproept. Waarom switcht vader van een extreme bezorgdheid over het wangedrag van zijn zoon naar een fatalistische verzuchting over zijn eigen lot en dat van moeder en zus? Gaat hij er van uit dat Caroline en Carlouchka – twee verstandige, zelfstandige vrouwen – zichzelf niet zouden kunnen beredderen, zonder Leopold?

Het is aanneemlijker dat deze gedachte zich manifesteert in de gedachten van Leopold zelf. Dat hij zichzelf beschouwt als de beschermer van mama en zus. Het is dat beeld dat zijn vader aan stukken gooit door hem plots te behandelen als een probleemkind dat de controle over zichzelf kwijt is. In zijn hoofd ís er geen probleem. Het probleem is zijn vader en hoe die hem met zijn harde aanpak figuurlijk castreert, mogelijk in het bijzijn van moeder en zus.

In Leopolds woorden verbinden we moeder en zus met ‘zorgen’ en vader met ‘iets overkomen’. Zoals ik eerder al opmerkte na de analyse van zijn voicemailbericht (waarin hij twee keer het woord ‘papa’ uitsprak en hem ook als eerste belde), lijken de moorden vader-georiënteerd. Nu krijgt het bovendien een oedipale bijklank, waarbij de vader Leopold weghoudt van de rol die hij ten opzichte van zijn zus en moeder wil vervullen (zorgen voor). De gedachte aan ‘iets dat vader overkomt’ stroomt  bij hem binnen. Want als vader er niet meer is, valt ook Leopolds probleem weg en wordt hij weer in zijn waarde hersteld.

Het motief? 

Hier hebben we het mogelijke motief: gekrenkte trots die uitmondt in wraak. Dit gaat dieper dan de motieven die tijdens het proces werden aangevoerd, waarbij men suggereerde dat Leopold zich in de steek gelaten voelde en wilde blijven doen en laten wat hij zelf wilde. Hoewel dit absoluut zal hebben meegespeeld, tekent zich in de woorden van Leopold een mannelijke strijd om dominantie af. Een gevecht van ego’s, al dan niet gevoed door een narcistische natuur. Leopold pikt de vernederingen van zijn vader niet en beraamt een plan om hem de wereld uit te helpen.  

Naar De Panne afreizen maakt daar een cruciaal onderdeel van uit. Hij wil niet opdraaien voor moord. Hij heeft een alibi nodig. Een plek waar hij zogezegd het hele weekend was.     

Leopold rekent er op dat de politie (en ook wij) gaan happen in de piste van de overval. Dat vader de dagen voor zijn dood aan zijn water voelde dat er iets op til was. Dat hem mogelijk ‘iets zou overkomen’ is een zaadje dat heel erg makkelijk wortel schiet in onze verbeelding. François-Xavier, schouderdiep in de penarie, voelt zijn einde naderen en wil de scepter haast symbolisch aan Leopold doorgeven. Zorg goed voor je mama en je zus, jongen, als mij iets overkomt. Nu nog wat violen en een extreme close-up van opwellende tranen en we hebben de scène die Leopold zelf regisseert.

Sterk voorbeeld van storytelling, dus. Want zou niet elk weldenkend mens die in doodsangst verkeert omdat hij op de tenen heeft getrapt van een Afrikaanse bende sjoemelaars geen aangifte doen bij de politie? Zou een goede huisvader, die François-Xavier was, geen politiebescherming vragen voor zijn gezin? Of onderduiken, ergens diep in de Ardennen, tot de storm is gaan liggen? Niets van dit alles. Vader heeft er enkel tegen Leopold over gerept. En het toeval wil dat het een paar dagen later prijs is: vader wordt vermoord. Wat Leopold ons hier influistert, is dat zijn pa hem de oorzaak van zijn dood op een presenteerblaadje heeft aangereikt.

‘Was ik daar maar dieper op ingegaan, dan had ik misschien de dood van mijn ouders en zus kunnen voorkomen.’

Ondanks het vermeende aanreiken of zinspelen op ‘iets dat hem kon overkomen’, is Leopold niet dieper ingegaan op de verontrustende woorden van zijn vader. Dit is, laat ons zeggen, weinig attent van Leopold en valt in de perceptie van de buitenwereld ook moeilijk te begrijpen. Als je vader verwijst naar een doemscenario dat mogelijk te gebeuren staat, vraag je toch altijd even door en wil je toch de ware toedracht weten?

Leopold beseft dat hij ons hier een reden voor moet aanreiken. Dat doet hij in de voorafgaande zin: ‘Ik besefte niet meteen hoe bezorgd hij was.’ En daarmee is dat probleem voor hem van de baan.

‘Niet meteen’ is niet hetzelfde als ‘niet’ en wijst op misleiding. ‘Mocht hem iets overkomen’ is een passief die Leopold aanwendt om identiteit en verantwoordelijkheid te verdoezelen. Want wie laat François-Xavier iets overkomen? Idem voor het vervolg, wanneer Leopold verwijst naar ‘de dood van zijn ouders en zus’. Wie heeft hen gedood? Hij speelt de goede door zichzelf voor het hoofd te slaan. Waarom is hij daar toch niet dieper op ingegaan?! Dit duwt hem zelfs enigszins in de rol van slachtoffer.

Dit alles doet me besluiten dat ‘mocht hem iets overkomen’ nooit door François-Xavier werd geuit, maar deel uitmaakte van het plan waar Leopold op broedde. Een voorbedacht scenario waarin vader ‘iets overkwam’. Alles moest op een afrekening lijken. Niks wijst er in deze fase op dat Leopold ook zijn moeder en zus kwaad wilde berokkenen. Verwijzend naar hen, neemt hij zorgzame woorden in de mond. Op momenten van hoge spanning ontbreken ze in zijn discours en zijn Carlouchka en moeder weinig meer dan stille getuigen van de clash tussen vader en zoon. Mocht dit anders zijn geweest, dan zouden we daar ook sporen van in Leopolds taalgebruik hebben gevonden. 

Vader was zijn enige doelwit.

Woorden liegen nooit

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x