De marollenmoord, deel 3: een mogelijk motief

De eerste verhoren

Al snel bekent Leopold aan de politie dat hij drugs gebruikt. Maar zijn uitleg voor de snijwonden aan zijn handen, zijn vele gsm's en simkaarten en zijn tijdsgebruik in De Panne in de loop van het weekend klinkt de speurders weinig geloofwaardig in de oren. Leopold verklaart ook meteen dat hij af en toe ook in de winkel van zijn ouders werkte om aan zakgeld te geraken.

‘Ik zeg dit omdat ik vrees dat de aanwezigheid van mijn vingerafdrukken in de winkel van mij een verdachte kunnen maken’, zo voegt hij eraan toe.

Terug naar wat ik eerder al aanstipte: wanneer iemand uitlegt waarom hij iets doet of gedaan heeft, zijn we dubbel waakzaam. Hier verklaart Leopold waarom de politie zijn vingerafdrukken in de stoffenwinkel zal aantreffen. Wil hij de aandacht van de speurders afleiden van de ware reden? Bovendien legt hij óók nog eens uit waarom hij hen deze info toevertrouwt: omdat hij vreest dat de aanwezigheid van zijn vingerafdrukken hem verdacht zullen maken. De misleiding spat van zijn verklaringen af. Hij wordt diezelfde avond aangehouden.

Op 21 juni bekent Leopold dat hij op zaterdag 16 juni, de dag van de driedubbele moord, wel degelijk in de winkel van zijn ouders aanwezig was. Hij kwam een cursus halen die hij in Brussel vergeten was en voor maandag moest instuderen, zo beweert hij. Iets wat zijn prof later tegenspreekt.

Nu komt voor Leopold het echte werk. Nu moet hij de speurders laten weten wat er zich die bewuste dag allemaal heeft afgespeeld. Niet alleen moet zijn beschrijving stroken met de bevindingen van de technische ploeg. Hij moet ook met een valabele uitleg op de proppen komen voor zijn (relatief) ongeschonden aftocht uit de winkel, terwijl zijn vader, moeder en zus in totaal 111 messteken hebben gekregen. En wat met het feit dat hij na de moorden géén ambulance heeft gebeld om hulp te bieden aan zijn stervende familie.

Houdini gooit hier de handdoek. Niet Leopold Storme. Hij gaat de uitdaging aan.



De verklaring van Leopold 

Nauwelijks was hij de winkel binnengestapt, zo laat Leopold optekenen, of hij werd door twee gemaskerde overvallers bewusteloos geslagen. Toen hij weer bij zijn positieven kwam, lag hij naast zijn dode zus en vader. Zijn hand omknelde nog het mes dat in de nek van Carlouchka stak. Leopold sloeg in paniek. ‘Ik was overtuigd dat ik voor alles de schuld zou krijgen’, zo zegt hij. ‘Daarom heb ik geen ziekenwagen gebeld. Ik wiste zoveel mogelijk de sporen van mijn aanwezigheid uit en ben naar zee teruggekeerd.’

Leopold verzint een listig handigheidje om niet al te veel info prijs te moeten geven. Hij wordt bewusteloos geslagen en dan nog vrijwel meteen. Hij heeft de slachtpartij dus niet zien gebeuren en kan er dus ook niet veel over verklaren. Clevere kerel, het moet gezegd. Maar dat hij daarna bij bewustzijn komt met het mes in zijn handen, gelooft echter geen kat. 

Daarna volgt zijn uitleg voor het niet-inschakelen van hulp. Leopold was bang dat hij ‘de schuld voor alles’ zou krijgen. Uiteraard is dit een gammele reden die bovendien aantoont dat het in Leopolds beleving op het ogenblik van de feiten maar om één persoon draait: hemzelf. Ik was bang dat ik voor alles de schuld zou krijgen. En dat terwijl zijn vader, moeder en zus vlakbij liggen leeg te bloeden en mogelijk nog kunnen worden gered. Als we Leopold volgen in zijn verklaring (en dat doen we), dan weet hij niet eens of ze nog in leven zijn, want hij is knockout geslagen. Hij heeft geen idee van wat er is gebeurd en hoe zijn familie eraan toe is.

Bij het zien van lichamen in grote plassen bloed, zou iedereen niet onmiddellijk de politie of een ambulance bellen? Of het op een rennen zetten en buiten hulp zoeken, waar het tenminste veiliger is? Want Leopold heeft ook geen flauw idee of de daders nog in de winkel zijn en hem – als belangrijke getuige – misschien dood willen. 

Beledigen we ons eigen gezond verstand niet als we er vanuit gaan dat Leopold is opgestaan, heeft vastgesteld dat zijn papa, mama en zus op gruwelijke wijze waren vermoord, alvorens plots te beseffen: ‘Damn, de politie gaat denken dat ík dit bloedbad heb aangericht! Ik moet dringend zoveel mogelijk sporen wissen en als de bliksem weer naar zee.’?

Een mogelijk motief

In de Panne laat Leopold de snijwonden aan zijn handen rond tien uur ‘s avonds behandelen door een huisarts van wacht. Hij laat de man weten dat hij zich in de namiddag verwond heeft aan een mes, een uitleg waarmee hij wellicht ook dicht bij de waarheid blijft. De huisarts verklaart achteraf dat Leopold rustig was.

Na de ingreep belt Leopold zijn vader en zus Carloucka en laat hij zijn voicemailberichten achter (zie deel 2). Daarin vermeldt hij niet dat hij zich aan een mes zou hebben verwond. Eén dag later, op zondag, belt hij zelfs naar zijn grootmoeder om te horen of zij misschien weet hoe het met zijn ouders gaat. Dat hij de overbezorgde zoon speelt, illustreert alweer dat Leopold enkel en alleen met zichzelf bezig is en hoe hij de dans kan ontspringen.

Waarom voelt Leopold zich niet schuldig? Was de relatie tussen hem en zijn familie volledig verzuurd? Leidde zijn druggebruik tot spanningen in het anders zo perfecte gezin Storme? Voelde hij zich misbegrepen en ondergewaardeerd? Leopold was bovendien van plan om zijn vriendin Axelle op studiereis naar Canada te vergezellen. Dit viel niet goed bij zijn ouders die vreesden dat hij hierdoor zijn eerste jaar aan het prestigieuze Solvay-instituut zou laten schieten.

Ook de speurders dachten tijdens het onderzoek het motief te kunnen ruiken en zochten in deze richting. Leopold ontkende dan wel dat er spanningen waren tussen hem en zijn familie, maar de veronderstelling van de inspecteurs was even logisch als terecht. Alles wat Leopold doet in de nasleep van wat hij die middag in de stoffenzaak van zijn ouders heeft gezien en meegemaakt, is het werk van iemand die koel en planmatig blijft denken op het moment dat het vuur te heet dreigt te worden. Hij wist zijn sporen, keert ongemerkt terug naar De Panne, dumpt daar alle bewijsmateriaal en laat de wonden aan zijn handen hechten. Hij verzint een alibi (Westende) en laat papa en zus weten dat alles oke met hem gaat.


De schuld voor alles

Het is belangrijk voor ogen te houden dat Leopold op dit moment in de reconstructie een 19-jarige student is die net – naar eigen zeggen – zijn ouders en zus dood in een plas bloed heeft aangetroffen en zelf ternauwernood aan de dood is ontsnapt. Elke jongeman die zielsveel van zijn familie houdt en dergelijke gruwel moet ervaren, zou hier op zijn minst ondersteboven van zijn. Maar Leopold blijft kalm. Zoals de dokter aangaf: hij was rustig. Laat de dood van zijn familie hem onberoerd? Hij blijft rationeel en probeert alles uit te gommen dat hem aan de moord op zijn ouders en zus kan linken. Met als reden: ‘Ik was overtuigd dat ik voor alles de schuld zou krijgen.’

Ik stel me de vraag of er in deze woorden iets van de waarheid komt bovendrijven. ‘De schuld voor alles krijgen’ zijn woorden die hij zelf introduceert. Ze zitten springensklaar in zijn brein en plots duiken ze op, exact op het moment dat hij de moorden beschrijft. ‘Voor alles’ omhelst werkelijk ‘alles’ en laat geen ruimte voor nuance: ‘Het is nooit goed. Ik krijg altijd de schuld. Voor alles.’ Aan de hand van wat Leopold beschrijft, sluipen we stilletjes zijn gedachten binnen en krijgen we een idee van hoe hij zich voelde in de aanloop naar de moorden.

Had Leopold het gevoel dat hij voortdurend voor alles de schuld kreeg en door zijn ouders te hard werd aangepakt? Dat hij altijd als de slechte werd gezien en zijn zus altijd als de goeie? Voelde hij zich zo onbegrepen en maakte dit zoveel onmacht in hem los dat hij zijn ouders te lijf is gegaan en daarna ook zijn zus? Het zou verklaren waarom hij na de moorden zijn koelte wist te bewaren. Hij kon zijn handelen rechtvaardigen en de schuld bij een ander leggen. Bij zij die nu dood waren. Zij hadden hem zo ver gedreven.


Woorden liegen nooit

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x